DBI-aftrek in 2026: nieuwe regels en impact voor jouw holding

De DBI-aftrek (Definitief Belaste Inkomsten) is een essentieel mechanisme voor elke ondernemer met een holdingstructuur. Het voorkomt dat dividenden van een dochter- naar een moedervennootschap dubbel belast worden. Voor de typische Vlaamse KMO-houder verandert er in 2026 weinig aan de basisregel. Maar voor bepaalde structuren — holdings met minderheidsinvesteringen en bedrijven die DBI-beveks gebruiken — zijn de nieuwe regels materieel.

Wat is de DBI-aftrek en waarom bestaat die?

Stel: je exploitatievennootschap maakt €100.000 winst, betaalt vennootschapsbelasting, en keert daarna een dividend uit aan je holding. Als die holding dat dividend opnieuw zou belasten, zou dezelfde winst twee keer belast worden.

De DBI-aftrek voorkomt dat. Als aan alle voorwaarden is voldaan, mag de holding het ontvangen dividend volledig aftrekken van haar belastbare winst. Effectief betaalt de holding dan 0% vennootschapsbelasting op die dividendontvangst.

De klassieke DBI-voorwaarden: wat blijft ongewijzigd?

De drie basisvoorwaarden voor de DBI-aftrek zijn niet veranderd:

Voorwaarde 1 — Participatiedrempel

De holding bezit minstens 10% van het aandelenkapitaal van de dochtervennootschap, OF de aanschaffingswaarde van de deelneming bedraagt minstens €2.500.000.

Voorwaarde 2 — Houdperiode

De aandelen zijn gedurende minstens 1 ononderbroken jaar in volle eigendom gehouden op het moment van de dividenduitkering (of er is een verbintenis om ze minstens 1 jaar te houden).

Voorwaarde 3 — Belastingequivalentie

De dochtervennootschap is onderworpen aan een belasting die vergelijkbaar is met de Belgische vennootschapsbelasting. Dividenden uit belastingparadijzen of laagbelaste jurisdicties kwalificeren niet.

Wat verandert er concreet vanaf aanslagjaar 2026?

De wijzigingen werden ingevoerd via de Programmawet van 18 juli 2025 (BS 29 juli 2025) en gelden voor aanslagjaar 2026 en later.

Wijziging 1 — Financieel vast actief vereist voor grote vennootschappen met minderheidsinvesteringen

Als een vennootschap die NIET als kleine vennootschap kwalificeert (conform WVV: balanstotaal > €6M, omzet > €11,25M, of meer dan 50 werknemers — minstens 2 van 3 overschreden), minder dan 10% houdt maar wel de €2,5M-drempel haalt, moet die deelneming nu als financieel vast actief op de balans staan.

Een "financieel vast actief" heeft een duurzame economische band met de dochteronderneming als doel — niet louter een financieel rendement via dividenden. De deelneming moet strategisch zijn, niet speculatief.

Kleine vennootschappen zijn vrijgesteld van deze aanvullende vereiste. De klassieke voorwaarden (10% / €2,5M + houdperiode + belastingequivalentie) volstaan.

Wijziging 2 — Nieuwe 5%-belasting op meerwaarden op DBI-beveks

Een DBI-bevek was tot voor kort volledig vrijgesteld van meerwaardebelasting. Bij verkoop van DBI-bevek-aandelen is nu een afzonderlijke heffing van 5% verschuldigd op de gerealiseerde meerwaarde. Dit raakt bedrijven die DBI-beveks als kasbeheervehikel gebruiken.

Wijziging 3 — Directeursbezoldigingsvoorwaarde voor roerende voorheffing-terugave

Vennootschappen die DBI-bevek-dividenden ontvangen, kunnen de ingehouden roerende voorheffing (30%) alleen recupereren als minstens één bedrijfsleider (een natuurlijk persoon) een bezoldiging ontvangt van minstens €45.000 per jaar (stijgt naar €50.000 voor boekjaar 2026, daarna geïndexeerd).

Als die voorwaarde niet vervuld is, zijn er twee opties:

  • Optie A: Pas de DBI-aftrek toe (geen dubbele belasting), maar verlies de terugave van de roerende voorheffing.
  • Optie B: Verzaak aan de DBI-aftrek, neem het brutodividend op in de belastbare basis aan het standaardtarief van 25%, maar recupereer dan wel de volledige roerende voorheffing.

Optie B is vaak voordeliger voor vennootschappen zonder directeursloon. Bereken wat in jouw situatie geldt.

DBI-bevek: wat is het en wie gebruikt het?

Een DBI-bevek is een beleggingsfonds dat zorgvuldig is opgezet om dividenden door te geven aan aandeelhouders op een manier die de DBI-aftrek in de moedervennootschap mogelijk maakt. Het is populair als kasbeheervehikel bij KMO’s en zelfstandige professionals met surplus-liquiditeiten in hun vennootschap.

De nieuwe 5%-belasting en de directeursbezoldigingsvoorwaarde maken dit instrument minder aantrekkelijk dan voorheen. Bespreek met je boekhouder of de structuur voor jouw situatie nog interessant is.

Wat moet je nu doen?

Klassieke holding (100% participatie in eigen BV): geen actie vereist — de basisvoorwaarden zijn ongewijzigd. Je DBI-aftrek op dividenden van de exploitatievennootschap werkt zoals voorheen.

Holding met minderheidsinvesteringen < 10%: check of de deelneming als "financieel vast actief" is geboekt. Als de holding als grote vennootschap kwalificeert (na consolidatie) en de deelneming is niet als strategisch maar als financieel geboekt, vervalt de DBI-aftrek. Vraag advies vóór de volgende dividenduitkering.

DBI-bevek-gebruikers: bereken de impact van de nieuwe 5%-meerwaardeheffing en de directeursbezoldigingsdrempel. In bepaalde gevallen is een alternatieve kasbeheeroplossing goedkoper.

Veelgestelde vragen over de DBI-aftrek

Wat is de DBI-aftrek en hoe werkt het?

De DBI-aftrek (Definitief Belaste Inkomsten) laat een moedervennootschap toe om dividenden van een dochtervennootschap vrij te stellen van vennootschapsbelasting, mits aan drie voorwaarden voldaan is: minstens 10% deelneming (of €2,5M aanschaffingswaarde), minstens 1 jaar aangehouden, en de dochter betaalt normaal belasting. Bij vervulling is de effectieve belasting op het dividend 0%.

Wat verandert er aan de DBI-aftrek vanaf aanslagjaar 2026?

Voor kleine vennootschappen (de doorsnee KMO) veranderen de basisvoorwaarden niet. Voor grote vennootschappen met minderheidsinvesteringen geldt nu een extra vereiste: de deelneming moet als financieel vast actief zijn geboekt. Deze wijziging werd ingevoerd via de Programmawet van 18 juli 2025 (BS 29 juli 2025). Bovendien worden DBI-bevek-meerwaarden nu aan 5% belast, en geldt een directeursbezoldigingsdrempel voor terugave van roerende voorheffing.

Heeft de DBI-aftrek gevolgen voor mijn holdingstructuur?

Voor de typische Vlaamse KMO-houder met 100% participatie in de eigen exploitatievennootschap: nee, de basiswerking is ongewijzigd. Gebruik je DBI-beveks of heb je een grote holding met diverse minderheidsinvesteringen? Dan is het verstandig om de impact te laten berekenen.

Wat is het verschil tussen DBI-aftrek en de deelnemingsvrijstelling?

In veel Europese landen geldt een directe vrijstelling (participation exemption) — dividenden komen belastingvrij binnen. In België werkt het via een aftrekpost: het dividend wordt opgeteld bij de belastbare winst, maar daarna volledig afgetrokken. Het netto-effect is hetzelfde (0% belasting), maar de techniek verschilt. België overweegt de omvorming naar een echte vrijstelling in de toekomst.

Dit artikel is informatief en niet bedoeld als persoonlijk fiscaal advies. Raadpleeg een erkende boekhouder of belastingadviseur voor advies op maat van jouw situatie.

Auteur: Alain Carels, boekhouder en fiscaal adviseur bij Carbofisc, Oostkamp. Gepubliceerd: september 2026.

Wil je weten of de nieuwe DBI-regels gevolgen hebben voor jouw holding? Neem contact op met Carbofisc voor een analyse op maat.